Een recente beslissing van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen toont eens te meer aan dat enige voorzichtigheid geboden is wanneer bepaalde uitgaven niet verantwoord worden op een individuele fiche 281.50. Tenminste als u de bijzondere aanslag geheime commissielonen wilt vermijden. Tijd voor duiding.
De rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen (Rb. Antwerpen, 1 april 2011) besliste tot de terechte toepassing van de aanslag geheime commissielonen.
Zelfs al baseerde de belastingplichtige zich op één van de administratieve toleranties, voorzien in de administratieve richtlijnen, om geen individuele fiche 281.50 op te stellen.
De verantwoordingsverplichting
Artikel 219 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 voorziet een afzonderlijke aanslag a rato van 309%, m.b.t. kosten zoals bedoeld in
artikel 57 W.I.B., die niet worden verantwoord door individuele fiches en een samenvattende opgave. In artikel 57 W.I.B. 1992 zijn (onder andere) bedoeld de commissies, erelonen, vergoedingen die voor de verkrijgers, al dan niet in België, belastbare beroepsinkomsten zijn. Beroepsmatige commissies, erelonen en vergoedingen betaald aan niet-inwoners vallen principieel dus ook onder de verantwoordingsverplichting.
Uit de praktijk
Voor de rechtbank te Antwerpen ging het om een vennootschap, met vestiging in Andorra, die eind 2005 een factuur van € 205.000 gestuurd had aan een Belgische vennootschap voor gepresteerde diensten. De Belgische vennootschap boekte de inkomende factuur in haar boekhouding voor boekjaar 2005. In de loop van
boekjaar 2006 volgde de betaling.
Individuele fiche 281.50: wel of niet?
De Belgische vennootschap had in verband met deze transactie geen individuele fiche 281.50 opgemaakt. Waarschijnlijk baseerde zij zich hiervoor op de uitzondering zoals die in de administratieve commentaar reeds vele jaren voorkomt. Deze stelt dat er geen fiches 281.50 moeten worden opgemaakt wanneer de verkrijger van de inkomsten aan de boekhoudwet onderworpen is én hij er krachtens de btw-wetgeving toe gehouden is facturen uit te reiken. Vermits een factuur werd uitgereikt, werd de uitgave aan de niet-inwoner niet verantwoord op een individuele fiche 281.50.
Aanslag geheime commissielonen
Maar de rechtbank hield met deze administratieve tolerantie geen rekening en legt alsnog de aanslag geheime commissielonen ten bedrage van 309% op.
De rechtbank laat zich niet uit over het feit of de Andorrese vennootschap aan de boekhoudwet onderworpen is en evenmin of deze vennootschap al dan niet verplicht is een factuur uit te reiken. De rechtbank merkt op dat geen enkele wettelijke bepaling in de uitzondering op de ficheverplichting voorziet wanneer de verkrijger van de commissielonen een factuur uitreikt. Administratieve voorschriften kunnen de wet niet opheffen, wijzigen of aanvullen. Artikel 219 W.I.B. 1992 is een duidelijk wetsartikel en behoeft dan ook geen verdere interpretatie.
Conclusie
Dit vonnis doet afbreuk aan de rechtszekerheid en de gangbare praktijk die reeds jaren bestaat, waarbij belastingplichtigen geen individuele fiches 281.50 opstellen wanneer een factuur ontvangen werd vanwege de niet-inwoner. Betekent dit nu dat veiligheidshalve in dergelijke gevallen toch fiches moeten worden opgesteld met alle bijkomende administratieve lasten? Waarschijnlijk zullen de feiten die specifiek waren aan deze casus (betaling aan een belastingparadijs) geleid hebben tot een strenge toepassing van artikel 219 W.I.B. 1992. Een duidelijke stellingname van de Minister van Financiën dringt zich dan ook op.
Stijn Janssens
stijn.janssens@vhg.be
