Cassatie aanvaardt aftrek van btw op horecakosten

Het Hof van Cassatie heeft zich onlangs voor een 2de keer uitgesproken over het begrip ‘kosten van onthaal’. Ditmaal stelt zij duidelijk dat de aftrek van btw moet worden toegestaan op alle kosten die kaderen in een publicitair evenement, met inbegrip van horecakosten.

Wettelijke uitsluiting
Voor een goed begrip moeten we even terugkeren naar de wettelijke basis. Btw-plichtigen hebben in principe recht op aftrek van de btw die drukt op de kosten die zij maken in het kader van hun economische activiteit. Maar het recht op aftrek is helaas niet alomvattend. De btw op sommige kosten is slechts gedeeltelijk aftrekbaar, denk maar aan de 50% beperking m.b.t. autokosten, terwijl sommige btw in het geheel niet aftrekbaar is. Dit laatste is onder meer het geval voor de btw op ‘kosten van logies, spijzen en dranken’ en de btw op ‘kosten van onthaal’.

Een definitie van deze begrippen vinden we echter niet in de wet, waardoor er in de praktijk nogal wat conflicten ontstaan tussen btw-plichtigen en de Administratie over het recht op aftrek.

Cassatie 8 april 2005
De zaak die aan de basis lag, was die van een uitgeverij. Deze laatste bracht begin jaren ‘90 het tijdschrift Feeling op de markt. In het kader van de lancering van het tijdschrift werden allerlei promotionele activiteiten op touw gezet, zoals festiviteiten met BV’s en uiteraard hapjes en drankjes. De btw op de gemaakte kosten werd volledig afgetrokken. Dit was niet naar de zin van de fiscus, die de aftrek verwierp. Zij beschouwt kosten van onthaal waarvan de btw niet aftrekbaar is als ‘de kosten op het stuk van public relations gedaan voor het onthaal, ontvangst en vermaak of ontspanning van aan het bedrijf vreemde bezoekers, in het bijzonder leveranciers en klanten’ (btw-commentaar 45/387).

De zaak kwam uiteindelijk voor het Hof van Cassatie dat ongeveer 14 (!) jaar na de feiten tot de volgende bevindingen kwam: volgens het Hof dient het begrip kosten van onthaal te worden beperkt tot ‘de kosten van ontspanning en vermaak die ten behoeve van klanten of gasten worden gemaakt, zonder dat een ander voordeel wordt nagestreefd dan het creëren van een algemeen gunstige atmosfeer ten overstaan van de onderneming’. Wanneer daarentegen ‘de betrokken activiteit hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft de eindkoper in te lichten over het bestaan en de hoedanigheden van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen’, dan gaat het om een publiciteitskost waarvan de btw wel aftrekbaar is.

Administratieve beslissing 24 juli 2005
De fiscus sloot zich als goede leerling al gauw aan bij voormelde cassatierechtspraak, maar merkte fijntjes op dat het Hof zich enkel had uitgesproken over het begrip kosten van onthaal, terwijl er daarnaast nog een andere uitsluiting is, namelijk die van ‘kosten van logies, spijzen en dranken’. De fiscus bleef dus de btw op kosten van hapjes en drankjes bij publicitaire evenementen verwerpen. Dit is tot op heden het geval en dit in weerwil van de positieve rechtspraak die volgde na het cassatiearrest van 2005.

Cassatie 11 maart 2010
Onlangs heeft het Hof van Cassatie zich evenwel een tweede keer kunnen uitspreken over deze problematiek.

Ditmaal betrof het een producent van zwangerschapskledij die een tweejaarlijkse modeshow organiseerde voor zijn zelfstandige franchisenemers die de kledij aankopen om deze door te verkopen aan de eindconsumenten. Bij die gelegenheid werd ook een diner geserveerd.

In zijn arrest herhaalt het Hof in eerste instantie wat dient te worden verstaan onder kosten van onthaal en stelt vervolgens: ‘Wanneer de betrokken activiteit hoofdzakelijk en rechtstreeks tot doel heeft potentiële kopers in te lichten over het bestaan en de hoedanigheid van een product of dienst met de bedoeling de verkoop ervan te bevorderen, is zij een reclame waarvan de kosten niet voor aftrek uitgesloten zijn’. De nuancering zit hem in het feit dat het Hof nu spreekt over het inlichten van potentiële kopers, terwijl zij het in haar beslissing van 2005 nog had over het inlichten van eindkopers.

Maar belangrijker zijn volgende overwegingen om de opgelopen horecakosten als aftrekbare reclamekosten te bestempelen:

  • de horecakosten hadden niet zomaar tot doel het de afnemers zo aangenaam mogelijk te maken, maar wel om de afnemers ertoe aan te zetten zo veel mogelijk af te nemen;
  • de organisatie van de modeshow met diner had enkel tot doel de nieuwe collectie bekend te maken bij de franchisenemers met het oog op de verkoop ervan;
  • de franchisenemers zijn zelfstandige ondernemingen die na aankoop van de kledij deze verder verkopen aan de eindconsument;
  • de modeshow en het diner werden samen georganiseerd met als doel het gunstig stemmen van de franchisenemers en hen aan te zetten tot de aankoop van de nieuwe voorgestelde collectie;
  • de modeshow en het diner vormden één evenement, georganiseerd op dezelfde avond, op dezelfde locatie en aaneensluitend, met een publicitair karakter. Het diner maakte integraal deel uit van de betrokken modeshow en vormde een bijkomende aansporing voor de franchisenemers om in te gaan op de uitnodiging.

Het Hof van Cassatie neemt dus een duidelijk standpunt in. De uitsluiting van de btw-aftrek geldt volgens het Hof niet voor horecakosten die kunnen worden beschouwd als kosten van publiciteit. Het is duidelijk dat het Hof van
Cassatie enkel de bestemming van de kosten weerhoudt en niet de aard van de kosten.

Het valt te verwachten dat de btw-administratie ook haar standpunt zal aanpassen en het recht op aftrek zal (moeten) aanvaarden voor kosten van spijzen en dranken, aangeboden in het kader van een publicitaire activiteit. Bij de redactie van dit artikel is die beslissing nog niet gepubliceerd.

Maar zelfs zonder die beslissing kan iedereen die dergelijke kosten gemaakt heeft de btw daarover alsnog aftrekken en dit zelfs tot drie jaar terug, rekening houdend met de normale verjaringstermijn inzake btw.

Hans Philips
hans.philips@vhg.be