Financieringsstrategie – een must voor iedere ondernemer met ambitie

Iedere dag confronteren de media ons met de beurscrisis. Particulieren zoeken hun toevlucht tot de spaarboekjes, maar merken vandaag dat hun spaarcentjes aan waarde hebben ingeboet. Ondernemers hebben hun kapitaal in bedrijven gebracht waardoor ze voor tewerkstelling en welvaart zorgen in onze maatschappij.
Ze konden een beroep doen op de banken als stabiele en strategische partners om hun plannen te financieren. Maar kan dit nog in volle crisis?

Sinds de bankencrisis van 2007 - 2008, en de daaropvolgende, is het zeker moeilijker bankieren geworden voor een ondernemer. Net door deze bankencrisis zijn ondernemers genoodzaakt tweemaal na te denken over hun investeringsplannen. Maar ook over de manier waarop zij hun investeringen en groei willen financieren.

De Bazel-normen hebben ervoor gezorgd dat banken beter moeten omgaan met hun risico’s, hetgeen hun eigen vermogen alleen maar ten goede komt.
De verstrekte waarborgen door de onderneming blijven belangrijk, maar de terugbetalingscapaciteit en de solvabiliteit primeren.

Hoe berekent de bank haar risico?
Voor iedere onderneming bepaalt de bank op regelmatige tijdstippen haar risico,
op basis van haar niet gedekte risico.

Het niet gedekte risico is het verschil tussen de totaal uitstaande financiële schulden binnen een onderneming en de waarde van de garanties.

Voorbeeld

Waarborgen Activa Nominale
Waarde
Weging door
de bank
Waardering
Waarborg
Hypotheek Terreinen 60.000 85% 51.000
Hypotheek Gebouwen 300.000 80% 240.000
Pand Handelszaak  IVA 70.000 0% 0
Pand Handelszaak Machines 100.000 70%

70.000

Pand Handelszaak Voorraad 30.000 50% 15.000
Pand Handelszaak Klanten 25.000 75% 18.750
Persoonlijke borg   60.000 0% 0
    645.000   394.750

 

Totaal aan uitstaande kredieten:
Waardering waarborgen:
Droge risico:

450.000
-394.750
  55.250

100 %
87,72%
12,28%

Streefdoel van de bank is dat het "Droge Risico" = 0, maar laat
een grens van 10% - 20% toe, naargelang het dossier 

OPGELET
Voor onroerende goederen wordt de nominale waarde vervangen door de gedwongen verkoopwaarde. De weging van industriële panden wordt ook meestal op 70% gebracht.

De ratio van de omvang van het niet gedekte risico ligt bij voorkeur lager dan 60%. Bij overschrijding van de 80%-grens wordt de ondernemer aangespoord om het eigen vermogen te verhogen.
Onder intrinsieke waarde wordt het eigen vermogen begrepen, verhoogd met de herwaardering van de onroerende goederen.

     Omvang niet gedekte risico =  Niet gedekte risico
                                                            Intrinsieke waarde    

De duur van het niet gedekte risico is optimaal bij een ratio kleiner dan 4.

     Duur van het niet gedekte risico =  Niet gedekte risico
                                                                    Cash flow           

 Het spreekt voor zich dat deze ratio’s per onderneming moeten worden bekeken, waarbij de bestaande financieringsvormen en de garantie rond inkomende kasstromen belangrijk zijn.

Het risico bij kredieten op lange termijn is groter dan bij kredieten op korte termijn, aangezien het engagement van de bank over een veel langere termijn loopt.

Het 'self liquidating risico' is van groot belang. Bij een kaskrediet is de inkomende kasstroom, waarmee het krediet zal worden terugbetaald, niet gedefinieerd. Bij een klantendiscontokrediet wel en heeft de bank de vinger aan de pols.

Hoe kunnen wij nu zelf onze terugbetalingscapaciteit berekenen?
In dit kader geven wij een aantal interessante ratio's mee:

  • Ebitda/omzet:
    een percentage van 10% tot 15% is een mooi resultaat. Dit betekent immers dat voor iedere € 100 omzet er nog € 10 tot € 15 overblijft om intresten en belastingen te betalen, maar ook om geleende kapitalen terug te betalen en toekomstige investeringen zelf te financieren.
  • Netto cash flow/schulden op > 1 jaar die binnen het jaar vervallen:
    hiermee meten wij in welke mate wij met de netto cash flow onze korte termijnverplichtingen (voor de volgende 12 maanden) kunnen voldoen.
  • Financiële lasten/omzet:
    deze ratio zou maximum 3% mogen bedragen voor handelsondernemingen en dienstenverstrekkers. Voor een productieonderneming bedraagt de maximumgrens 5%.

De ondernemer moet soms toch ervaren dat de banken niet altijd bereid zijn om zijn toekomstplannen te financieren. De banken zijn immers geen 'risicoverschaffers'.

Met die wetenschap is het voor de ondernemer dikwijls belangrijk dat hij op de hoogte is van alternatieve vormen van financiering en borgstelling.

In onze volgende edities zullen wij aandacht besteden aan enkele vormen van alternatieve financiering en waarborgen:

  • Optimeo (Participatiefonds)
  • Waarborgregeling (Participatiemaatschappij Vlaanderen)
  • Gigarant (Participatiemaatschappij Vlaanderen)
  • Groeimezzanine (Participatiemaatschappij Vlaanderen)
  • Nationale Borg

Martin Beynaerts
martin.beynaerts@vhg.be