Het VAT package heeft de regels van plaatsbepaling van diensten met ingang vanaf 1 januari 2010 grondig gewijzigd. Reeds vóór de invoering ervan was er echter al discussie over de plaatsbepaling van opslagdiensten. In een recente circulaire heeft de administratie haar standpunt terzake bekendgemaakt.
Hoofdregels en afwijkende regels
De vraag stelt zich tot welke categorie van diensten de opslagdiensten moeten worden gerekend. Drie mogelijkheden liggen voor de hand:
1. de hoofdregels (B2B of B2C) bij afwezigheid van afwijkende regels;
2. de afwijkende regel voor de met vervoer samenhangende diensten (enkel B2C);
3. de afwijkende regel voor diensten die samenhangen met onroerende goederen (zowel B2B als B2C).
Als de hoofdregel van toepassing is, dan vindt de dienst plaats:
- inzake B2B: waar de ontvanger van de dienst is gevestigd;
- inzake B2C: waar de dienstverrichter is gevestigd.
Is een afwijkende regel van toepassing, dan vindt de dienst over het algemeen plaats waar ze daadwerkelijk wordt verricht. Uitzonderingen dienen evenwel geval per geval te worden beoordeeld.
Geen vervoer of daarmee samenhangende dienst
Artikel 54 van richtlijn 2006/112/EG handelt over activiteiten die met vervoer samenhangen en maakt melding van ‘laden, lossen, intern vervoer en soortgelijke activiteiten’. Hoewel het een niet-limitatieve opsomming betreft, gaat de administratie er vanuit dat de opslag van goederen hier geenszins wordt bedoeld. De opslag van goederen wordt bijgevolg niet aanzien als een met vervoer samenhangende dienst.
In de B2B-sfeer worden goederenvervoer en de daarmee samenhangende diensten trouwens gewoon belast volgens de hoofdregel, m.a.w. daar waar de ontvanger van de dienst is gevestigd.
Wel dienst m.b.t. onroerend goed
Wat moet worden verstaan onder ‘diensten die verband houden met een uit zijn aard onroerend goed’? Volgens artikel 47 van richtlijn 2006/112/EG behoren daartoe o.m. diensten van experts en makelaars in onroerende goederen, hoteldiensten, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, bouwwerken en daarmee samenhangende voorbereidende diensten (bv. van architecten). Ook hier betreft het een niet-limitatieve opsomming, zodat nog enige interpretatie mogelijk is.
Het lijkt ons zeer logisch dat ook de terbeschikkingstelling van bergruimte voor de opslag van goederen tot deze categorie diensten wordt gerekend. De klant verwerft hier immers het recht op toegang tot en het gebruik van een onroerend goed.
De administratie gaat evenwel nog een stapje verder en rekent ook de opslagdiensten tot de diensten die verband houden met een ‘uit zijn aard onroerend goed’ (cfr. Circ. 3/2010 dd. 7 januari 2010). Ook al heeft de klant meestal
geen beschikkingsmacht over een bepaalde ruimte, toch wordt er voldoende band geacht met het onroerend goed zelf.
Diensten die verband houden met een ‘uit zijn aard onroerend goed’, vinden plaats daar waar het onroerend goed is gelegen. Ligt het onroerend goed in België, dan is er dus in principe Belgische btw van toepassing. De opslag van goederen in België is aldus onderworpen aan Belgische btw ongeacht de plaats waar de afnemer van de dienst is gevestigd.
Wat bij globale diensten?
Wanneer een dienstverrichter aan een belastingplichtige (B2B) een globale dienst factureert, die tegelijk het vervoer van goederen, diensten samenhangend met goederenvervoer en de opslag van de goederen omvat, moet men de diensten dan opsplitsen en elk zijn eigen regime laten volgen? Neen, zegt de administratie.
In haar circulaire maakt zij volgend onderscheid:
- wanneer het vervoer van goederen het hoofdvoorwerp vormt van de tussen de partijen gesloten overeenkomst, terwijl de andere gefactureerde diensten (met vervoer samenhangende diensten en opslag van goederen) enkel kunnen worden aanzien als modaliteiten van dit vervoer, dient deze dienst voor haar geheel te worden aanzien als goederenvervoer die geacht wordt plaats te vinden daar waar de belastingplichtige ontvanger de zetel van
zijn economische activiteit gevestigd heeft; - wanneer de opslag van goederen daarentegen het hoofdvoorwerp vormt van de tussen de partijen gesloten overeenkomst, terwijl de andere gefactureerde diensten (met vervoer samenhangende diensten en goederenvervoer) enkel kunnen worden aanzien als modaliteiten van deze goederenopslag, dient deze dienst in haar geheel te worden aanzien als goederenopslag, die geacht wordt plaats te vinden daar waar het onroerend goed gelegen is waarin de goederen effectief worden opgeslagen.
Het is misschien niet wat iedereen ervan had verwacht, maar er is nu tenminste toch een duidelijk standpunt. Nu maar hopen dat men dit in het buitenland ook zo interpreteert. Indien niet, bestaat de kans dat opslagdiensten dubbel worden belast.
Hans Philips
hans.philips@vhg.be
