In een arrest van 26 februari 2009 heeft het Hof van Cassatie een uitspraak gedaan over de bevoegdheden van het ‘dagelijks bestuur’. Het is nuttig om in de dagelijkse werking van uw vennootschap hiermee rekening te houden.
Klassieke standpunten
In het verleden ging men ervan uit dat de volgende elementen moesten worden beoordeeld om te bepalen of een zaak tot het dagelijks bestuur van een vennootschap behoorde:
De eerste voorwaarde gaat over het belang van de zaak.
Indien het een belangrijke zaak betreft dan dient hiervoor een Raad van Bestuur te worden bijeengeroepen. Indien het een minder belangrijke zaak betreft zou deze beslissing kunnen genomen worden door het dagelijks bestuur.
Om dit belang juist te kunnen bepalen moet men uiteraard naar de aard van de vennootschap kijken. Deze bepaalt mee of een bepaalde zaak belangrijk is of niet.
De tweede voorwaarde gaat over de noodzaak van een snelle oplossing.
Indien een snelle oplossing absoluut noodzakelijk is, kan de beslissing genomen worden door een persoon die belast is met het dagelijks bestuur. Indien het geen dringende zaak betreft kan men wachten tot de volgende samenkomst van de Raad van Bestuur.
In het verleden was het Hof van Cassatie van mening dat het voldoende was dat aan één van deze voorwaarden voldaan was om het bijeenroepen van de Raad van Bestuur overbodig te maken. Een zaak behoorde dus tot het dagelijks bestuur van een vennootschap ofwel omdat ze een beperkt belang had, ofwel omdat ze dringend was.
Nieuwe opvatting na het cassatiearrest van 26 januari 2009
In het arrest van 26 januari 2009 is het Hof van Cassatie strenger. Het is van mening dat een rechter bij de beoordeling van zijn zaak rekening moet houden met de beide criteria, nl. het belang én de dringendheid van de zaak. Het volstaat dus niet meer dat aan één van de voorwaarden is voldaan om het als een zaak te beschouwen die onder het ‘dagelijks bestuur’ valt. Beide voorwaarden moeten tegelijk beoordeeld worden.
Rechtbank te Leuven in de voetsporen van het Hof van Cassatie
In een vonnis van 12 juni 2009 oordeelde de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven dat het indienen van een bezwaarschrift geen daad van dagelijks bestuur is. Een bijzonder gevolmachtigde (bedrijfsrevisor, accountant, ...)
die enkel een volmacht gekregen heeft van de gedelegeerd bestuurder om een bezwaarschrift te ondertekenen en in te dienen, kan dat dus niet op een geldige manier doen! In dat geval wordt het bezwaarschrift als onontvankelijk beschouwd.
Besluit
Zolang hierover nog geen verdere rechtspraak is, lijkt voorzichtigheid aangewezen. Bij twijfel laat men de beslissing best over aan de Raad van Bestuur. De verdere uitvoering kan dan nog altijd overgelaten worden aan het dagelijks bestuur.
Johan De Coster
johan.decoster@vhg.be
